Auteursrecht van de foto's. 

Noordnl.nl heeft onderzoek gedaan naar de copyrights van de foto's die gepubliceerd zijn in Het Noorden in Woord en Beeld. Ondanks intensief zoekwerk is de naam van de fotograaf tot op heden onbekend. Ook de uitgever van het blad is niet meer te achterhalen. Wij baseren het gebruiksrecht op artikelen die door de fotografen federatie zijn opgesteld rond copyrights van beeldmateriaal.

Uit:http://www.fotografenfederatie.nl/BTL/BTL-03.html

Beperkingen van het auteursrecht

Het auteursrecht voor de fotograaf kent een paar beperkingen. Het auteursrecht van de fotograaf is in eerste instantie een allesomvattend absoluut recht op de door hem gemaakte foto: met name de exploitatiehandelingen openbaar maken en verveelvoudigen van gemaakte foto’s.
Het auteursrecht is echter beperkt in duur en geldt in beginsel tot 70 jaar na het overlijden van de fotograaf.
Daarnaast geeft de auteurswet nog enkele beperkingen van het auteursrecht. Voor de fotograaf zijn daarbij vooral het portretrecht en het citaatrecht van belang.
Tenslotte kan het auteursrecht van de fotograaf nog beperkt worden door mogelijke grondrechten van anderen zoals de vrijheid van informatie, het mededingingsrecht en Europese regelgeving. De auteursrechtrichtlijn geeft ook nog nadere beperkingen van het auteursrecht, vooral op technisch gebied.

Vraag: Is een foto 70 jaar na overlijden van de fotograaf ‘rechtenvrij’, indien deze gemaakt is door een fotograaf in loondienst, en het betreffende bedrijf nog steeds voortbestaat?

Antwoord: In beginsel geldt hier de regel dat het bedrijf, gesteld dat het bedrijf de juridische maker is, het auteursrecht op de foto uit kan oefenen tot 70 jaar na het moment van de eerste publicatie van de foto. Daarna is de foto ‘rechtenvrij’. Niet de dag van overlijden van de feitelijke maker staat hier centraal, maar de dag van eerste openbaarmaking. Dit zal slechts anders zijn in het geval de fotograaf als zodanig is aangeduid op of in een exemplaar van de foto: dan geldt de hoofdregel van 70 jaar na het overlijden van de fotograaf.

Ongestempelde foto’s

In het geval van ongestempelde foto’s met kennelijk dus een anonieme of ‘verdwenen fotograaf’ als maker, heeft de potentiële gebruiker verschillende mogelijkheden tot zijn beschikking om achter de naam van de fotograaf te komen. Deze zoektocht naar de auteursrechthebbende is nodig. Immers, degene die een anonieme foto zonder toestemming van de auteursrechthebbende gaat gebruiken, loopt het risico geconfronteerd te worden met een claim van de betreffende fotograaf. Eventueel zal dan van publicatie moeten worden afgezien of schadevergoeding moeten worden betaald. Bij een geschil hieromtrent ligt de bewijslast niet bij de fotograaf: de gebruiker zal moeten aantonen dat de claim van de fotograaf, het zich verzetten tegen publicatie, in strijd is met de redelijkheid.

In principe is de gebruiker van een ongestempelde foto zelf verantwoordelijk om een degelijk onderzoek in te stellen naar de betreffende auteursrechthebbende. Een al te luchthartige instelling kan hem later worden tegengeworpen. De technische mogelijkheden die de gebruiker tegenwoordig ten dienste staan om de auteursrechthebbende te kunnen vinden, versterken deze zelfstandige ‘zoekplicht’. De gebruiker van een ongestempelde foto die na veel moeite nog steeds niet de betreffende auteursrechthebbende heeft gevonden, heeft tenslotte nog de mogelijkheid om zich te wenden tot de Stichting FotoAnoniem. Deze stichting is opgericht door de fotografenfederatie en beschikt over een uitgebreid adressenbestand waarmee de benodigde gegevens van de ‘verdwenen fotograaf’ gezocht kunnen worden. Indien de fotograaf is getraceerd kan de gebruiker van de anonieme foto zich op de gebruikelijke wijze van toestemming voor publicatie verzekeren. Indien het echter niet lukt om de fotograaf te traceren dan sluiten de stichting en de betreffende gebruiker een overeenkomst die op een juridisch verantwoorde wijze de publicatie van de anonieme foto door de bonafide gebruiker mogelijk maakt. De gebruiker moet daarbij de gangbare tarieven voor publicatie betalen, terwijl de stichting zich verbindt de gebruiker in en buiten rechte te vrijwaren tegen alle aanspraken van de auteursrechthebbende.

De fotograaf die steevast zijn werk voorziet van een naamsaanduiding voorkomt voor alle partijen deze identificatieproblemen. En dat levert op termijn zowel een tijds- als kostenbesparing op. Er zijn natuurlijk situaties denkbaar waarin het hoogst ongebruikelijk en wellicht ook onwerkbaar is de naam van de fotograaf te vermelden. Bijvoorbeeld in publicaties waarin niet de foto centraal staat, maar een bijwerk in het geheel is.
Daarentegen ligt er bij de billboardfotografie een prominente rol voor het recht op naamsvermelding in het verschiet: de huidige praktijk, waarin vrijwel geen gebruik wordt gemaakt van dit morele recht, staat haaks op de belangen van de reclamefotograaf. Ook hier moeten fotografen een expliciet beroep op het recht op naamsvermelding als onderhandelingspunt ter tafel gaan brengen.

De fotograaf in dienstverband.

Bij een fotograaf in dienstverband zal de werkgever meestal als juridische maker worden aangemerkt en daarom als auteursrechthebbende bij de foto’s vermeld moeten worden.
Fotograaf en werkgever mogen hier echter contractueel van afwijken. Afgesproken kan worden dat er helemaal geen naam wordt genoemd of zelfs kan worden verboden dat de naam van de fotograaf wordt vermeld. Maar de werkgever kan ook overeenkomen met de gebruiker dat de naam van de fotograaf juist wel bij de foto wordt afgedrukt, hetzij met, hetzij zonder de naam van de werkgever. In plaats van de echte naam kan de fotograaf ook een pseudoniem gebruiken.

Wanneer het auteursrecht overgedragen wordt, zal de fotograaf zich ervan moeten vergewissen dat een verklaring met betrekking tot het recht op naamsvermelding opgenomen is in de schriftelijke overdracht. Een dergelijke verklaring moet ook opgenomen worden in de voorwaarden van elke licentie. In dat geval is het aan te bevelen daarbij aan te geven dat het een moreel recht betreft en wanneer dat persoonlijkheidsrecht eventueel niet van toepassing zal zijn.

Studenten en stagiaires wordt aangeraden om (‘bij binnenkomst’) ook niet zomaar het toekomstig auteursrecht over te dragen op al de in het kader van de opleiding gemaakte en/of te maken werken. Ook hier kunnen partijen beter nauwkeurig contractueel invulling geven aan hun wensen en behoeften.

De overdracht van het auteursrecht op de werkgever geldt alleen voor fotografen in een dienstverband. Zo is bijvoorbeeld een boswachter die naast zijn normale taak ook nog wat natuurfoto’s maakt de auteursrechtelijke maker van de foto. De werkgever van de boswachter heeft geen auteursrecht.

 

Copyright © 2009 Noordnl.nl
Laatst bijgewerkt: 25 - 01- 2009